Van Pilgrim tot President

De Pilgrims waren oorspronkelijk Engelse protestanten die, uit Engeland gevlucht voor het strenge bewind van de Anglicaanse staatskerk, van 1609 tot 1620 in Leiden woonden en werkten. Later reisden de Pilgrims door naar Noord-Amerika: de ‘Nieuwe Wereld’. Daar wordt nu nog jaarlijks Thanksgiving Day gevierd, ter herinnering aan hun ontberingen en uiteindelijke redding. De invloed van de Pilgrims op de latere Verenigde Staten is groot geweest. Neem alleen al het feit dat maar liefst zeven Amerikaanse presidenten rechtstreeks van de Leidse Pilgrims afstammen!

Leiden, Stad van Vluchtelingen

Leiden staat bekend als Stad van Vluchtelingen. Door de geschiedenis heen heeft Leiden onderdak geboden aan mensen die elders niet meer welkom waren. In de zeventiende eeuw groeide de bevolking van Leiden in korte tijd van ruim 20.000 naar 70.000. Nog in de twintigste eeuw stamden maar liefst drie van de vier inwoners van Leiden af van een vluchteling. Ook de Pilgrims vonden in Leiden (tijdelijk) een veilige haven.

Waar kwamen de Pilgrims vandaan?

Begin zestienhonderd werden de Engelse Calvinisten door Koningin Elisabeth en haar opvolger Jacobus I vervolgd. Vooral degenen die zich van de Anglicaanse staatskerk wilden afscheiden, de zogenoemde separatisten, hadden het zwaar te verduren. Rond 1608 vluchtte een aantal van hen naar Holland, waar relatieve godsdienstvrijheid heerste. De vlucht ging per boot vanaf de kust tussen Grimsby en Hull. De vluchtelingen werden door een Hollandse schipper buitengaats opgepikt en kwamen terecht in Amsterdam, en van daar in Leiden. Na een verblijf van ruim elf jaar in Holland, emigreerde een deel van de vluchtelingen tussen 1620 en 1643 als pelgrims naar Noord-Amerika. Onderweg voegden zich andere Engelsen bij hun. In Amerika worden de Pilgrims nu beschouwd als de Founding Fathers, de oprichters, van de Verenigde Staten. Maar liefst 9 Amerikaanse presidenten, waaronder Roosevelt, vader en zoon Bush en Obama stammen rechtstreeks van hen af.

De Pilgrims in Leiden

Een groep vluchtelingen onder leiding van John Robinson ontvluchtte in 1608 Engeland, waar zij werden vervolgd omdat zij zich niet aan de regels van de Anglicaanse staatskerk hielden. Robinson en zo’n honderd anderen dienden een verzoek tot vestiging in bij het Leidse stadsbestuur. Hoewel toestemming tot vestiging niet nodig was, werd dit verzoek op 12 februari 1609 beantwoord, in de volgende veelzeggende bewoordingen:

"Geen eerlicke persoonen weygeren vrije ende lybre incompst omme binnen deze stede...haer woonplaets te nemen".  

Leiden was de tweede stad van Holland, waar ook de beroemde universiteit gevestigd was. Robinson en de zijnen kochten een perceel grond nabij de Pieterskerk, de Groene Poort genaamd. Zij bouwden daar 21 huisjes, zodat ook wel gesproken werd van de Engelse poort. Later (1683) is op die plek het Jean Pesijnhofje gebouwd.

Belangrijke Pilgrims waren William Brewster en zijn geadopteerde zoon William Bradford. Brewster was ouderling en de belangrijkste persoon achter de publicitaire activiteiten van de drukkerij de Pilgrim Press (1617-1619). Hij woonde in een zijsteeg van de Pieterskerkkoorsteeg, nu de William Brewstersteeg. Bradford was jarenlang gouverneur van de Pilgrimkolonie in Amerika. Zijn manuscript Of Plimoth Plantation is voor ons nog steeds de belangrijkste bron over de Pilgrims.

De Pilgrims lieten, omdat ze hier woonden, werkten, studeerden en stierven, vele sporen na in de Leidse archieven.

Vertrek naar de ‘Nieuwe Wereld’

Vanaf 1620 emigreerde een deel van de Pilgrims vanuit Leiden naar Noord-Amerika. Daarvoor waren verschillende redenen. Ook in Nederland werd de godsdienstvrijheid beperkt én nam de oorlogsdreiging toe, vanwege het aflopen van het Twaalfjarig Bestand met Spanje in 1621. Bovendien was de economische situatie van de Pilgrims niet altijd even gunstig en ten slotte waren zij bang dat hun kinderen te veel in het Nederlandse leven, en dus ook de Nederlandse kerk, zouden integreren. Wat betreft dat laatste punt hadden zij gelijk. Ruim de helft van de groep bleef in Leiden achter en ging uiteindelijk op in de plaatselijke bevolking.

Schepen met geschiedenis

De schepen waarmee de Pilgrims de overtocht maakten zijn beroemd geworden: Mayflower (1620), Fortune (1621), Anne en Little James (1623) en de tweede Mayflower (1629). Ook daarna vertrokken Leidse Pilgrims nog op individuele basis naar Noord-Amerika.

‘Leidse’ tradities mee overzee

Eenmaal aangekomen in Noord-Amerika wilden de Pilgrims hun eigen idealen in vrijheid realiseren. Ze zochten daarvoor naar de meest ideale bestuursvorm. Achteraf kunnen we zeggen dat de Pilgrims een essentiële schakel zijn geweest in de vorming van de Amerikaanse samenleving, van toen én van nu. Hun 'Hollandse' jaren vormden daarbij een van de uitgangspunten. Zo vinden we in de moderne VS nog altijd oude ‘Leidse’ tradities terug.

Van 3 oktober naar Thanksgiving

Na het beleg van Leiden in 1574 is het de gewoonte om jaarlijks een dienst te houden in de Pieterskerk (doorklikken, opening nieuw venster http://www.pieterskerk.com/) als dank voor de bevrijding van de Spanjaarden en de aanvoer van voedsel. Sindsdien, en nu nog steeds, worden op 3 oktober in Leiden haring en wittebrood uitgedeeld, om te herinneren aan de schepen met voedsel die de stad na Leidens Ontzet via de Vliet binnenvoeren. Men denkt dat Thanksgiving, het dankfeest van de Pilgrims, behalve elementen van een oogstfeest, ook elementen van deze viering in zich heeft.

Burgerlijk huwelijk

Het burgerlijk huwelijk is een Nederlandse uitvinding. Eind zestiende eeuw was alleen een huwelijk dat was gesloten in de staatskerk geldig. Omdat de Republiek een grote rooms-katholieke minderheid kende kon men niet het huwelijk ontzeggen aan bijna de helft van de bevolking. Degenen die niet tot de staatskerk behoorden konden getrouwd worden door de schepenen, de stadsbestuurders van die tijd. Het huwelijk kon daarna worden ingezegend door hun eigen kerk. Alleen het burgerlijk huwelijk was rechtsgeldig. De Pilgrims namen het burgerlijk huwelijk mee naar Amerika, ook al omdat dominee Robinson pas later zou komen (hij stierf in Leiden).

Gekozen bestuur

Leiden was verdeeld in bonnen en gebuurten. Een bon was een stadswijk onder een bestuur van gekozen bonmeesters. Het bon zorgde voor brandbestrijding en -preventie, bestrijding van vervuiling, het innen van speciale belastingen en het verdelen van geld onder de armen. Het gebuurte zorgde voor begrafenisrituelen en andere burendiensten. Het kiezen van burgerlijk bestuur is zowel op dit systeem als het kiezen van kerkelijke bestuurders terug te voeren.

Negen keer van Pilgrim tot President

Sinds de komst van de Pilgrims naar Amerika brachten maar liefst negen van hun nazaten het tot president. Behalve de beide presidenten Adams hebben zij allen een Leidse Pilgrim als voorouder:

John Adams – 1797-1801
Zijn zoon John Quincy Adams – 1825-1829
Zachary Taylor – 1849-1850
Ulysses S. Grant – 1869-1877
James A. Garfield – 1881-1881
Franklin D. Roosevelt – 1933-1945
George H.W. Bush – 1989-1993
George W. Bush – 2001-2009
Barack H. Obama -- 2009 - 2017

…en tot burgemeester van New York

En wat te denken van de in Leiden geboren Thomas Willett, die de eerste burgemeester werd New York? Van deze Pilgrim is bij Erfgoed Leiden en Omstreken een brief te bewonderen die hij op 16 september 1660 schreef aan Hugh Goodyear, de voorganger van de Engels gereformeerde gemeente in Leiden.